Pedagogische werking

Pijlers

Pijlers

Het hulpverleningsaanbod van de gemeenschapsinstellingen werd in de periode 2001-2003 grondig hervormd op basis van een procesanalyse en een proces implementatieplan (door de bevoegde minister goedgekeurd in 2003).

Men zocht hierbij naar meer samenhang en doorzichtigheid in de aanpak. Bij de keuze uit het veelkleurig aanbod van werkmethoden en -modellen lieten de gemeenschapsinstellingen zich leiden door aangetoonde effectiviteit in wetenschappelijk onderzoek bij de doelgroep ‘jongeren met ernstige gedragsproblemen’. Op grond van deze uitgangspunten werd de pedagogische werking van de gemeenschapsinstellingen gestoeld op 3 pijlers:

Deze 3 pijlers zijn te beschouwen als even zovele ingangen waarlangs de begeleider in de gemeenschapsinstelling de jongere en zijn context probeert te bereiken. Ze omvatten in feite de essentiële registers die in elke evenwichtige pedagogische hulpverlening in afwisselende mate worden bespeeld, te weten gedrag, beleving en sociale relaties. Voor elke individuele jongere zullen deze drie aspecten in een verschillende dosering aan bod komen afhankelijk van zijn persoonlijke behoeften, de concrete hulpvraag en het traject dat de jongere in de instelling doorloopt.

Modules

Modules

De conceptnota gemeenschapsinstellingen 3.0 geeft een update van de inspanningen om het hulpverlenende aanbod van de gemeenschapsinstellingen te structureren in welomschreven modules met een afgebakende duur. Ze bouwt hiermee voort op de ideeën uit de differentiatienota van 2011.

Doel blijft om voor alle gemeenschapsinstellingen een inhoudelijk en organisatorisch kader te creëren, van waaruit zij op ieder ogenblik een helder en consistent antwoord kunnen geven op de vraag naar de plaats en de relevantie van hun hulpaanbod in het leven van elke jongere. De toevoeging 3.0 in de titel weerspiegelt het vaste voornemen om op dit vlak een versnelling hoger te schakelen. Deze hernieuwde modulering wordt geleid en geïnspireerd door de uitgangspunten van het toekomstige Vlaamse decreet over het jeugddelinquentierecht.

De gemeenschapsinstellingen bieden diverse modules aan.

ORIËNTATIE

De module Oriëntatie voorziet in een zo kort mogelijke (maximaal één maand) oriëntatie van minderjarigen. In deze module wordt een gemotiveerd advies gegeven omtrent de vraag of verdere beveiligde opvang van de jongere binnen een gemeenschapsinstelling noodzakelijk is en zo ja, welke begeleidingsmodule van de gemeenschapsinstellingen dan het best wordt ingezet.

BEGELEIDING

Via de inzet van pedagogische activiteiten, onderwijsactiviteiten en methodisch onderbouwde acties - al dan niet in groep - stelt de begeleidingsmodule drie doelen voorop, gericht op gedragsverandering:

  1. Verkenning: jongeren en hun context leren reflecteren over hun situatie vóór de plaatsing en de gewenste situatie nadien, en verwerven inzicht in hun gedragspatronen en de rol die deze spelen in hun leefsituatie;
  2. Vergroten van inzichten, competenties en vaardigheden: jongeren en hun context vergroten hun inzichten, competenties en vaardigheden die nodig zijn in functie van hervalpreventie en welzijnsbevordering;
  3. Verbinding en transfer: jongeren en betrokkenen uit zijn natuurlijk en professioneel sociaal netwerk leren samen het geleerde verder hanteren in de overgang naar de nieuwe verblijfssituatie, waardoor uitstroom uit de gemeenschapsinstelling mogelijk wordt.

HERSTELGERICHTE TIME-OUT

De module herstelgerichte time-out geeft jongeren bij wie de hulpverlening in een minder gestructureerde en beveiligde setting dreigt te blokkeren, de kans om toe te werken naar een hervatting van de dialoog met de betrokken voorziening. De gemeenschapsinstelling stelt zich in deze dialoog op als een meerzijdig partijdige bemiddelaar en zorgt ervoor dat de engagementen van beide partijen worden uitgesproken en geconcretiseerd. Einddoel is heroriëntering van de jongere naar de voorziening of dienst van herkomst.