Reactie Jongerenwelzijn op advies RVDJ inzake beeldvorming minderjarigen

 

Jongerenwelzijn neemt kennis van de nieuwe richtlijn van de Raad voor de Journalistiek over de omgang van de pers met minderjarigen. Het agentschap juicht toe dat de RVDJ zich hierover buigt en kan zich ook vinden in het merendeel van de adviezen. Het is goed dat minderjarigen meer dan vroeger om toestemming zal worden gevraagd. Toch wil Jongerenwelzijn enkele bedenkingen formuleren bij punt 6 van de richtlijn, over de gerechtelijke context.

Als de berichtgeving totaal niet over de betrokken zaak gaat, volgt Jongerenwelzijn het advies om af te wijken van niet-identificatie. In de andere gevallen pleit Jongerenwelzijn evenwel voor het strikte behoud van niet-identificatie van minderjarigen die onder een maatregel van een jeugdrechter vallen. De wet is daar ook ondubbelzinnig over.

Woordvoerder Peter Jan Bogaert: “De redenen liggen voor de hand. Het belang van de minderjarige staat voorop. Het vrijgeven van de identiteit in een context van een gerechtelijk dossier kan leiden tot het vergroten van de problemen waarin een jongere is terecht gekomen en ook tot discriminatie in het latere leven van de jongere. Het voorzorgsprincipe geldt hier bij uitstek.”

Gemotiveerde uitzonderingen toestaan, vindt Jongerenwelzijn een gevaarlijk uitgangspunt, omdat er dan sowieso een overtreding van de strafwet wordt getolereerd. Het zal in de praktijk ook leiden tot heel uiteenlopende interpretaties van wat het ‘maatschappelijk belang’ zal zijn om de identificatie op te heffen. Wel ziet het agentschap mogelijkheden om jongeren onherkenbaar in beeld te brengen.

Peter Jan Bogaert: “Het is belangrijk dat jongeren, die dat uitdrukkelijk zelf willen, gehoord kunnen worden, ook al vallen ze onder een maatregel van een jeugdrechter. Jongerenwelzijn werkt zelf actief mee aan reportages waarbij jongeren hun verhaal kunnen vertellen. Dat recht op participatie wenst Jongerenwelzijn ook te beklemtonen."

Werken met initialen of enkel de echte voornaam is geen goede oplossing, wegens een te grote kans op identificatie achteraf. Het gebruik maken van een fictieve voornaam geniet de voorkeur, waarbij ook gelet wordt dat de geschetste situatie niet kan leiden tot een identificatie. Het veranderen of niet vermelden van concrete gegevens als bijv woonplaats of school is daarbij aangewezen.

Bogaert: “Jongeren kunnen ook onherkenbaar op de foto. Er zijn veel technieken mogelijk, van compositie, het spelen met de sluitertijd tot het onscherp maken van gezichten en personen. Qua bewegend beeldmateriaal is er veel mogelijk om jongeren toch anoniem aan het woord te laten. Blurren of stemhervorming, zijn bekende technieken."

Waarbij het advies toch is om de jongeren zo veel mogelijk als ‘gewoon’ te behandelen.

Bogaert: “Foto’s met balkjes voor de ogen van minderjarigen ‘criminaliseert’ bijvoorbeeld en zijn te vermijden. Jongerenwelzijn rekent hierbij op de positieve en creatieve bijdrage van journalisten en beeldenmakers om jongeren toch een stem te geven, binnen de geldende wettelijke normen."

Meer weten?

Lees de nota ‘Aanbevelingen omtrent getuigenissen en beeldvorming van minderjarigen in de jeugdhulp’ van Jongerenwelzijn op de website.