Jeugdhulp - professionelen (Homepage)

Gemeenschapsinstellingen

Het draaiboek voor gedeelde trajecten, zoals neergelegd eind 2017, is geactualiseerd. De kern van het draaiboek blijft ongewijzigd: handvatten aanreiken voor een effectieve en efficiënte afstemming en samenwerking van alle betrokken actoren bij het realiseren van gedeelde trajecten tussen gemeenschapsinstellingen en private voorzieningen. Einddoel is een samenhangend, transparant en participatief begeleidingstraject voor elke jongere en zijn context.

Sinds het vorige draaiboek is het jeugdhulplandschap fundamenteel veranderd door de (gefaseerde) inwerkingtreding van het decreet Jeugddelinquentierecht sinds september 2019. Met uitzondering van de module time-out, is de opname en begeleiding door een gemeenschapsinstelling per definitie een reactie op een jeugddelict. De begeleiding door een private partner is ofwel ook een reactie op een jeugddelict (delictgerichte contextbegeleiding, HCA-aanbod), ofwel een maatregel in het kader van een verontrustende leefsituatie (overige modules binnen de integrale jeugdhulp, zoals kortdurende intensieve contextbegeleiding).

Soms riskeert het verblijf van een jongere in een voorziening te blokkeren. Het gaat vooral om jongeren die kampen met mentale beperkingen of een profiel hebben dat veeleer aansluit bij psychiatrische zorgverlening. Een time-out brengt dan even rust in de hulpverlening en de hulpverleningsrelaties. Dat schept kansen om te herbronnen en is gericht op herstel. Hiervoor hebben de gemeenschapsinstellingen en een aantal voorzieningen een samenwerkingsprotocol inzake time-out afgesloten.

Einddoel van het programma ‘time-out’ is het herstel van de hulpverleningsrelatie en de heroriëntering van de jongere naar de voorziening van herkomst. Time-out kan zo zowel de instroom beperken als de uitstroom bevorderen van jongeren die anders het risico lopen om langdurig geplaatst te worden in een gemeenschapsinstelling.

Ondertekende time-outovereenkomsten zijn een formele voorwaarde voor de time-outplaatsing van een jongere in een gemeenschapsinstelling. Hiervoor zijn generieke modellen uitgewerkt. Geïnteresseerde voorzieningen nemen contact op met de directeur van de gemeenschapsinstelling uit hun regio voor de invulling en ondertekening van het protocol en voor onderlinge werkafspraken.

Algemeen

Bijlage: essentiële aanmeldingsgegevens:

De Zande

Een nieuw decretaal kader

De afgelopen jaren hebben de gemeenschapsinstellingen zich gebogen over de noodzaak, het nut en de uitvoering van gesloten maatregelen. Dit resulteerde in een aantal conceptnota’s rond differentiatie en modulering van hun aanbod. Vanuit het nieuwe decreet Jeugddelinquentierecht is een nieuwe missie en visie ontwikkeld, die recht doet aan de nieuwe opdracht van de gemeenschapsinstellingen.

Het jeugddelinquentiedecreet maakt komaf met de verwarrende mix van VOS- en MOF-jongeren die tot op vandaag nog samen in de gemeenschapsinstellingen verblijven. De plaatsing in publieke gesloten instellingen wordt naar voren geschoven als de zwaarste reactie die een jeugdrechtbank kan geven aan jongeren die een delict plegen. Het is vanuit die geslotenheid dat een zuiver forensisch traject garanties kan inbouwen van helderheid, duidelijkheid, participatie en respect voor de rechten van jongeren en hun context in de afhandeling van de reactie op dit delict.

Toch blijft er ook een klein VOS-aanbod binnen de gemeenschapsinstellingen aanwezig, duidelijk afgescheiden en in een bescheiden module: de gesloten herstelgerichte time-out, verankerd in het decreet Integrale jeugdhulp.

Modules

Het handboek Modulering 3.0 van de publieke jeugdinstellingen geeft een update van de inspanningen om het pedagogisch aanbod van de gemeenschapsinstellingen te structureren in welomschreven modules met een afgebakende duur.

Doel blijft om voor alle gemeenschapsinstellingen een inhoudelijk en organisatorisch kader te creëren, van waaruit zij op ieder ogenblik een helder en consistent antwoord kunnen geven op de vraag naar de plaats en de relevantie van hun hulpaanbod in het leven van elke jongere. Deze hernieuwde modulering wordt geleid en geïnspireerd door de uitgangspunten van het Vlaams decreet Jeugddelinquentierecht.

De gemeenschapsinstellingen bieden diverse modules aan

ORIËNTATIE

De module Oriëntatie voorziet in een zo kort mogelijke (maximaal één maand) oriëntatie van minderjarigen. In deze module wordt een gemotiveerd advies gegeven omtrent de vraag of verdere beveiligde opvang van de jongere binnen een gemeenschapsinstelling noodzakelijk is en zo ja, welke begeleidingsmodule van de gemeenschapsinstellingen dan het best wordt ingezet.

BEGELEIDING

Via de inzet van pedagogische activiteiten, onderwijsactiviteiten en methodisch onderbouwde acties - al dan niet in groep - stelt de begeleidingsmodule drie doelen voorop, gericht op gedragsverandering:

  1. Verkenning: jongeren en hun context leren reflecteren over hun situatie vóór de plaatsing en de gewenste situatie nadien, en verwerven inzicht in hun gedragspatronen en de rol die deze spelen in hun leefsituatie;
  2. Vergroten van inzichten, competenties en vaardigheden: jongeren en hun context vergroten hun inzichten, competenties en vaardigheden die nodig zijn in functie van hervalpreventie en welzijnsbevordering;
  3. Verbinding en transfer: jongeren en betrokkenen uit zijn natuurlijk en professioneel sociaal netwerk leren samen het geleerde verder hanteren in de overgang naar de nieuwe verblijfssituatie, waardoor uitstroom uit de gemeenschapsinstelling mogelijk wordt.

HERSTELGERICHTE TIME-OUT

De module herstelgerichte time-out geeft jongeren bij wie de hulpverlening in een minder gestructureerde en beveiligde setting dreigt te blokkeren, de kans om toe te werken naar een hervatting van de dialoog met de betrokken voorziening. De gemeenschapsinstelling stelt zich in deze dialoog op als een meerzijdig partijdige bemiddelaar en zorgt ervoor dat de engagementen van beide partijen worden uitgesproken en geconcretiseerd. Einddoel is heroriëntering van de jongere naar de voorziening of dienst van herkomst.